Rijksoverheid

Rijkswaterstaat zet de Haringvlietsluizen op een kier

dinsdag, 29 januari 2019

Waterveiligheid en natuurontwikkeling staan vaak op gespannen voet. Dat het ook anders kan laat Rijkswaterstaat in samenwerking met natuurbeheerders, waaronder Staatsbosbeheer, zien bij de Haringvlietsluizen.
Op 16 januari 2019 zijn de Haringvlietsluizen voor het eerst op een kier gegaan. De gehele ochtend heeft één van de 17 schuiven open gestaan. Nadat minister Cora van Nieuwenhuizen op 15 november 2018 het Kierbesluit officieel in werking had gesteld, was het wachten op een voldoende hoge rivierafvoer. De Haringvlietsluizen gaan op een kier, wanneer de waterstand op het Haringvliet lager is dan op zee. Dat is belangrijk voor de internationale vismigratie.
De aanleg van de Haringvlietdam had grote gevolgen voor de natuur: het overgangsgebied, waarin zee en rivier geleidelijk samenkwamen, veranderde in 1970 opeens in een harde scheiding tussen zoet en zout water. Trekvissen konden niet meer door de sluizen en planten en dieren die in dit gebied leefden verdwenen. De zalm en forel trekken bijvoorbeeld van zout naar zoet water om daar hun eitjes te leggen. Door de sluizen op een kier te zetten, kunnen de trekvissen de Haringvlietsluizen weer passeren.
Rijkswaterstaat voert deze maatregelen, vastgelegd in het Kierbesluit, stapsgewijs en gecontroleerd in. We passen het beheer aan als ontwikkelingen daar aanleiding toe geven.
Door de sluizen op een kier te zetten, verandert het getijverschil niet noemenswaardig. Eb en vloed – zoals voor de afsluiting van het Haringvliet – komen niet terug. Daarvoor is de opening te klein. Meer informatie op de websites van Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer.